Binnen de economische logica levert het verlangen om uniek te zijn ongetwijfeld gigantische winsten op. Maar ook binnen de hulpverlening en de geestelijke gezondheidszorg staat de ethiek van het individu centraal. De oorzaak van mentale problemen ligt bij het individu, en het is dan ook je eigen verantwoordelijkheid om ze op te lossen.
Psychotherapie betekent ‘werken aan jezelf’ om te komen tot persoonlijke groei en zelfontwikkeling. Zelfzorg wordt uitdrukkelijk gepromoot, net zoals assertiviteit, grenzen stellen, weerbaarheid tonen, veerkrachtig zijn. Hulpverleners geven vaak het advies “Je moet het voor jezelf doen!”. Het algemeen belang is daarbij ondergeschikt aan het persoonlijk belang. Hierbij stelt zich echter het probleem dat we niets zijn zonder de ander, en het dus behoorlijk lastig kan worden om het hoofd boven water te houden wanneer competitiviteit primeert boven solidariteit.
“Ik verveel me existentieel te pletter”, vertelde een jongere me. Hij is niet alleen. Heel wat jongeren klagen over een vaag gevoel van onbehagen en existentiële leegte, terwijl ze ogenschijnlijk niets tekortkomen en de wereld voor hen open ligt. Ze staan voor een oneindige reeks aan mogelijkheden, maar lijken niet over een stabiel intern kompas te beschikken om keuzes te kunnen maken. Het economisch-wetenschappelijk narratief met een focus op het individu levert blijkbaar het paradoxale effect op dat veel jongeren ‘zichzelf’ kwijt zijn.
Deze existentiële ontreddering wordt andermaal door het kapitalistisch discours gerecupereerd. Er is niet zoiets als een authentiek zelf, maar de belofte dat je daar wel degelijk toe kan komen blijkt een lucratief verdienmodel. Kies zelf de weg naar je ware zelf: life/purpose coaching, retreats, meditatie en mindfulness, ayahuasca, psychotherapie, yoga en breathwork, online influencers, cacao ceremonies, wellness, pelgrimages, natuurbelevingswandelingen, zelfhulpboeken, … you name it! De uitkomst is vrij voorspelbaar: zolang een verbindend, collectief gedeeld narratief ontbreekt, loert het gevoel van zinloosheid en (zelf)vervreemding om de hoek.
Misschien was dit wat de jongeman in Jamklub bedoelde toen hij het had over de rijke middenklasse die niets beter te doen heeft dan zich aan te stellen. Ik ben echter niet geneigd om het aanstellerij te noemen. Het gaat over een gemis aan zingeving, en dat is fundamenteel.
Ik vermoed dat veel jongeren met een migratieachtergrond minder met dergelijke problemen kampen, omdat ze zijn opgegroeid in een cultuur waar het collectieve primeert. Waarschijnlijk is het voor de jongeman in Jamklub moeilijk om dergelijke problemen te begrijpen, gezien het over symptomen gaat van een discours dat niet het zijne is.
Misschien hebben de jongeren in Jamklub wel gelijk wanneer ze de individualistische kijk op mentale problemen maar moeilijk verdragen. Toen mijn opdracht bij vzw JONG op zijn einde liep waren enkelen best wel nieuwsgierig naar hoeveel van hen er de voorbije twee jaar op de individuele sessies beroep hadden gedaan. Ik antwoordde dat het niet meteen een overrompeling was geweest.
“Weet je wat,“ opperde een jongere, “als we jou nu eens allemaal ons rijksregisternummer bezorgen. Jij schrijft ons allemaal in voor tien sessies. Het geld dat je ontvangt gebruiken we om samen een fantastische reis te maken. Ze kunnen jou daarbij niet beschuldigen van fraude, want het gaat niet over persoonlijk winstbejag. Ook de overheid zal daardoor niet in de problemen komen. En geef nu zelf toe, zelf zijn ze helemaal niet vies van een beetje corruptie, toch?”.
Met het nodige cynisme zou je kunnen stellen dat deze jongeren zich wel degelijk optimaal hebben aangepast aan het westers kapitalistisch discours. Maar wat het vooral illustreert, is waar deze jongeren nood aan hebben: de ruimte en de tijd om er met en voor elkaar te zijn, verhalen te delen, zich thuis te voelen.